Hij weet alles. Zijn knechten zien alles. En hij houdt alles bij in zijn grote boek. Als je goed je best doet en niet stout bent, krijg je allerlei moois en lekkers. Maar o wee als hij merkt dat je je ouders ongehoorzaam bent, ruzie maakt of je schoolwerk niet doet. Dan krijg je met de roe of erger nog: je moet in de zak en gaat mee naar Spanje!

Natuurlijk heb ik het over Sinterklaas.

Maar laat ik bovenstaande nu eens een beetje aanpassen:

Hij weet alles. Hij ziet alles. En Hij houdt alles bij in zijn grote boek. Als je goed je best doet en netjes omgaat met andere mensen, krijg je eeuwig leven. Maar o wee als je de wet overtreedt, andere mensen haat of alleen voor jezelf leeft. Dan krijg je straf. Dan mag je niet naar de hemel.

Nu heb ik het over God. Tenminste, over God zoals veel mensen hem zien.

En blijkbaar is er dus veel overeenkomst tussen Sinterklaas en dit beeld van God.

Maar laten we eerlijk zijn: dit beeld zowel van God als van Sinterklaas raakt de laatste tijd in rap tempo achterhaald. De roe en de zak horen nog wel bij het plaatje. Maar ze functioneren niet meer in het verhaal. Geen kind is er meer bang voor. Het verhaal van Sinterklaas gaat nu zo:

Sinterklaas is een kindervriend. Hij houdt van alle kinderen! Ook van stoute kinderen. Sinterklaas heeft er immers alle begrip voor dat kinderen wel eens ondeugend zijn. Dat hoort er nu eenmaal bij als je kind bent. Dus alle kinderen krijgen van hem moois en lekkers. Niemand hoeft bang te zijn voor Sinterklaas.

En God?

God is liefde. God houdt van alle mensen! Ook van zondaars. God heeft er alle begrip voor dat we niet volmaakt zijn. Je mag bij Hem komen zoals je bent. Voor iedereen staat de hemel open. Niemand hoeft bang te zijn voor Gods oordeel.

Herkenbaar? Is het niet opmerkelijk hoe sterk ons beeld van God en dat van Sinterklaas op elkaar lijken? En dat ze zich zo gelijk ontwikkelen?

Ik denk dat Sinterklaas ons hier een spiegel voorhoudt.

Want hoe komt het dat onze beelden van Sinterklaas en van God zich zo gelijk ontwikkelen?

Ik vrees dat het alles te maken heeft met onze neiging om een god te maken naar ons eigen beeld. Een afgod. Niet voor niets verbiedt God dat in het tweede gebod. Het is voor ons mensen vreselijk moeilijk om te buigen voor een God die ons verstand te boven gaat, die met niets aards te vergelijken is en die zich niet laat afmeten aan onze normen van goed en kwaad, omdat Hij zelf die norm is.

Wij willen Hem zo graag behapbaar maken. We willen zo graag een God die voldoet aan onze wensen. Die ons geeft wat wij denken dat we nodig hebben.

En dus creëren we, vaak zonder dat we het zelf in de gaten hebben, een God die past bij onze ideeën van liefde en recht.

Een God die voldoet aan onze behoeften.

Vroeger hadden we een God nodig die zorgde voor orde in de maatschappij. Kinderen moesten gehoorzaamheid leren. Volwassenen moesten trouwe en gehoorzame burgers en werknemers zijn. En dan komt het goed van pas als God ieder beloont en straft naar zijn verdiensten.

Nu hebben we een God nodig die ons een positief zelfbeeld geeft. Kinderen moeten leren dat ze er mogen zijn. En volwassenen moeten zelfstandige werknemers en zelfredzame burgers zijn. En is het dan niet heerlijk dat bij God iedereen welkom is, hoe je ook bent?

En dus evolueert onze God mee met Sinterklaas. Want Sinterklaas heeft dezelfde functie. Vroeger moest Sinterklaas de kinderen opvoeden tot gehoorzaamheid. Nu moet hij de kinderen een positief zelfbeeld geven.

Zeg nu zelf: het is toch zielig en pedagogisch onverantwoord om kinderen te laten geloven in een Sinterklaas die geen cadeautjes geeft als je stout geweest bent? Of in een strenge God die al je fouten ziet en bestraft?

Gelukkig zijn we nu wijzer dan onze ouders en grootouders!

Maar is dat wel zo? Is het niet eerder zo dat we dezelfde fout maken? We modelleren niet alleen Sinterklaas naar onze eigen ideeën, maar ook onze God.

En we gaan voorbij aan de God van de bijbel.

God is een God van genade. Hij beloont en straft zijn kinderen niet naar hun verdiensten. Hij geeft wat ze niet verdienen. Tegelijk haat Hij de zonde! Hij wil ons niet zoals we zijn! Zeker, we mogen komen zoals we zijn. Maar dat is niet het hele verhaal. We moeten veranderen. En zijn genade is nu juist dat Hij ons ook die verandering geeft. Hij geeft wat Hij eist.

Aan de andere kant mogen we nooit vergeten dat God ook een God van oordeel is. Wie niet bij Hem komt of wie bij Hem komt zonder de wil om te veranderen, wijst Hij af. Voor zulke mensen is er geen plek in zijn koninkrijk.

Nu is het als goed gereformeerd christen misschien gemakkelijk om hierbij instemmend te knikken en meewarig het hoofd te schudden over al die domme mensen die God gelijkstellen aan Sinterklaas.

Ik weet toch wel beter?

Maar dat valt tegen. Er is één aspect aan het verhaal van Sinterklaas dat al die jaren gelijk gebleven is:

Ieder jaar kun je bij Sinterklaas je verlanglijstje inleveren. Alles wat je graag hebben wilt, mag je erop zetten. Natuurlijk krijg je niet alles. Maar misschien wil Sinterklaas dit jaar wel een van je grootste wensen vervullen.

En God?

Elke dag dien ik mijn wensen in bij God. Alles wat ik graag wil, mag ik aan Hem vragen. Natuurlijk krijg ik niet alles. Maar God wil me in elk geval wel alles geven wat ik nodig heb.

Voor veel christenen is God vooral degene die altijd voor hen zorgt. Die hun geeft wat ze nodig hebben. Die hen helpt als ze het moeilijk hebben. Die hen troost bij verdriet. Die hen redt uit gevaar. En bij wie uiteindelijk een plek beschikbaar is om voor altijd gelukkig te zijn.

Dan kun je nog zo bijbels denken over de God van zonde en genade, van liefde en oordeel. Maar als je God vooral dient om wat Hij je te bieden heeft, is Hij nog steeds niet meer dan een soort Sinterklaas.

Gaat het mij om de cadeautjes? Of om de gever?

Vrees voor eeuwige straf en verlangen naar eeuwig geluk kunnen ons ertoe aanzetten God te gaan dienen en met de zonde te breken. Maar uiteindelijk is dat nog niet meer dan egoïstisch eigenbelang. We moeten Hém liefhebben met heel ons hart. Als we dat doen, is Hij zélf de vervulling van onze diepste verlangens. Niet wat Hij ons te bieden heeft aan geschenken.

Aards geluk? Mooi. Aards genot? Heerlijk. Maar als het moet, kan ik dat dan opgeven voor Hem? Of beneemt het me mijn verlangen naar Hemzelf en naar de eeuwigheid?

Eeuwig geluk? Graag! Maar is dat voor mij vooral dat ik dan verlost ben van aardse zorgen en ellende? Of is dat dat ik dan voor altijd bij Hem mag zijn?

Is God voor mij een soort sinterklaas? Of is Hij wie Hij is?

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in