Je kent dat wel: sommige mensen kun je nooit ergens een plezier mee doen, of ze moeten altijd iets terug doen. Stuur je hun een kaartje, dan krijg je er een terug. Geef je hun een cadeautje, dan krijg jij een tijdje later ook iets van hen. Help je hen ergens mee, dan willen ze jou ook een dienst bewijzen. En als je meer voor hen doet dan zij terug kunnen geven, dan voelen ze zich schuldig. Dan zijn ze eigenlijk niet eens blij met wat je voor hen gedaan hebt. Soms weigeren ze zelfs wat hun aanbiedt, om maar niet bij jou in de schuld te staan.

Veel mensen voelen deze schuld ook tegenover God.

God heeft hun veel gegeven. Hij heeft hen gered van hun zonden, van de eeuwige dood. En nu willen ze iets terug doen. Of beter: ze hebben het gevoel dat ze iets terug moeten doen. Maar dat lukt niet zo goed. Eigenlijk lukt het helemaal niet. Ze nemen zich van alles voor. Maar er komt weinig van terecht. Ze stellen zich allerlei eisen. Maar ze kunnen er niet aan voldoen. Ze schieten voortdurend tekort. Ze blijven zondigen. Ze blijven zondaars.

Natuurlijk herkennen we dat als christenen allemaal. We willen zo graag vooruitkomen, steeds dichter bij God komen, steeds meer op Jezus gaan lijken, steeds heiliger gaan leven. Maar waarom lukt het toch niet? Soms geven we dan de moed op en leggen we ons er maar bij neer dat we zondaars zijn en levenslang zullen blijven. We proberen het niet eens meer om vooruit te komen.

Tegenwoordig hoor je nog wel eens zeggen dat dit het gevolg is van een groot gebrek in onze gereformeerde traditie.

Die zou teveel de nadruk leggen op onze zondigheid, op de wet en op onze verplichtingen tegenover God. De gereformeerde leer zou te weinig oog hebben voor het leven uit genade en voor de vernieuwing door de Heilige Geest. We zouden te veel zelf aan het werk gezet worden en te weinig leren dat de Geest het voor ons doet.

En dan kijkt men bijvoorbeeld naar de Heidelbergse Catechismus, naar de bekende drieslag ellende, verlossing, dankbaarheid. Dankbaarheid, zegt men dan, dat is eigenlijk een heel verkeerd woord. Dankbaarheid zou betekenen dat we na onze verlossing voor God iets terug moeten doen. God heeft ons gered. En nu moeten wij zo dankbaar zijn dat we voor Hem goede werken gaan doen. Als een verplichting die wij aan God hebben.

Maar is dat dankbaarheid?

Zo zien we dat wel vaak. Als je iets krijgt, moet je laten zien dat je dankbaar bent. Alleen maar zeggen: ‘Dank je wel! Wat ben ik daar blij mee!’ vinden we niet genoeg. Als je echt dankbaar bent, dan doe je iets terug. Hoe dankbaarder je bent, hoe meer je terug doet. Wat je terug doet, moet opwegen tegen wat de ander voor jou gedaan heeft. Dat ben je die ander eigenlijk wel verplicht. Toch?

Maar volgens mij is dat eerder het tegendeel van dankbaarheid. Dankbaarheid en verplichting sluiten elkaar uit. Een mentaliteit van ‘voor wat hoort wat’ heeft niets te maken met dankbaarheid. Dat is een zakelijke transactie. Als jij dit doet, doe ik dat. Dan staan we weer quitte. Dan hebben we geen verplichting meer tegenover elkaar, omdat we allebei onze verplichtingen zijn nagekomen. En dan hoeven we dus niet meer dankbaar te zijn. Gelukkig!

Ja, want echt dankbaar zijn, daar hebben wij mensen van nature een hekel aan.

Echte dankbaarheid impliceert namelijk dat je de ander niet terug hoeft te betalen. Dankbaarheid betekent dat je iets krijgt, zonder dat daar iets tegenover staat. En dat ervaren we als een tekort van onze kant. We willen niet dat een ander ons iets geeft zonder dat wij iets terug hoeven te doen. Alsof wij niet in staat zouden zijn iets terug te doen. Stel je voor zeg, dat iemand mij iets geeft, zonder iets terug te verwachten! Dat zou betekenen dat die ander denkt dat hij mij iets kan bieden wat ik zelf niet heb. Dat hij dus op mij neerkijkt. Zo voelen wij dat. Niet iets terug doen, dat is onze eer te na.

Altijd iets terug willen doen, als je iets krijgt, komt voort uit hoogmoed. Het is ook vaak het gevolg van onzekerheid, een gebrek aan zelfvertrouwen. We durven het niet aan om iets simpelweg dankbaar in ontvangst te nemen. Wat zal die ander wel niet van mij denken?

Om echt dankbaar te kunnen zijn, moet je erkennen dat een ander jou iets geeft waar jij niets tegenover kunt stellen. Je moet je eigen tekorten toegeven en accepteren.

Echt dankbaar zijn betekent nederig zijn.

Maar draai de rollen nu eens om. Stel dat ik iets geef aan een ander. En in plaats van dat die ander dat dankbaar aanneemt, geeft hij mij iets terug. Geen kleinigheid, maar iets dat opweegt tegen wat ik gegeven heb. Of hij gaat zich uitgebreid verontschuldigen dat hij niets of niet genoeg terug kan doen. Of erger nog: hij weigert wat ik wil geven. Hij neemt het niet eens aan.

In al die gevallen ontneemt hij mij de vreugde van het geven. Want zeg nu eens eerlijk: wat maakt geven leuk? Dat jij je beter voelt dan die ander, omdat jij iets hebt of kunt wat die ander zelf niet heeft of kan? Dat je je hoogmoedig kunt verheffen terwijl die ander zich voor jou moet vernederen?

Nee, de vreugde van het geven is dat je die ander blij maakt. Dat je die ander gelukkig maakt. De vreugde van de ander, is jouw vreugde. En die vreugde mis je dus als die ander niet simpelweg blij is met wat hij krijgt, maar iets terug wil doen of zich anders schuldig voelt.

Vreugde. Daar draait het om bij dankbaarheid.

Dankbaarheid is niet iets terug doen. Dankbaarheid is helemaal niet iets doen. Dankbaarheid is iets voelen. Dankbaarheid is een emotie.

Kijk maar eens naar kinderen. Als die een cadeautje krijgen, voelen ze zich niet verplicht om iets terug te doen. Ze vergeten vaak om dankjewel te zeggen. Soms kijken ze naar jou als gever helemaal niet meer om. Maar die stralende oogjes, die juichkreten, dat direct alles om zich heen vergeten en opgaan in het spel met dat nieuwe speelgoed, of dat meteen aan iedereen laten zien: ‘Kijk eens wat ik gekregen heb!’ – dat maakt geven toch het leukst?

Toch is dat alleen nog geen dankbaarheid. Dankbaarheid is namelijk niet alleen blij zijn met wat je krijgt, maar ook dat die blijheid zich richt op de gever. Je bent niet alleen blij met wat je krijgt. Je bent blij met wie het geeft.

Dankbaarheid betekent liefde.

Natuurlijk mag je dan iets terug doen. Maar spontaan, uit je hart, uit liefde. Zonder je af te vragen of het wel voldoende is om de rekening te vereffenen. Zoals een kind dat zo blij is dat het je spontaan om de hals vliegt.

Zo moet het ook zijn tussen God en ons.

God vraagt om dankoffers. Maar is het je wel eens opgevallen, hoe vaak de Bijbel benadrukt dat God niet blij is met plichtmatige offers? Nee, Hij wil offers die gebracht worden uit liefde. Hij heeft onze offers niet nodig. Ze leveren Hem niets op, want Hij heeft alles al. Maar Hij verlangt naar ons hart (Psalm 50, Jesaja 1:11, Hosea 6:6).

Onze dankbaarheid aan God is niet dat we plichtmatig iets terug doen. Het is niet dat we een verplichting nakomen of een schuld inlossen. Nee, dankbaarheid is juist nederig erkennen dat we nooit iets terug kunnen doen. We beseffen: wat we ook doen, het weegt nooit op tegen wat God voor ons gedaan heeft en nog elke dag doet.

Maar juist daarom zijn we zo blij, zo boordevol vreugde over onze God, dat we daarvan overlopen. We kunnen niet anders, of we delen die vreugde met God en mensen. We juichen, we jubelen, we zingen! We vertellen iedereen die het horen wil over onze God, hoe geweldig Hij is en hoeveel we van Hem gekregen hebben, zonder dat wij dat verdienen.

En ja, we gaan ook leven volgens zijn geboden. Dat moet. Maar we doen het niet omdat het moet. Nee, omdat we niets liever willen. Niet om God daarmee iets terug te geven. Nee, omdat we Hem zo lief hebben dat we zo dicht mogelijk bij Hem willen leven en zoveel mogelijk op zijn Zoon willen lijken (2 Korinthiërs 3:18). En daarom gaan we ook bidden en bestuderen we de Bijbel. We kunnen niet meer zonder, omdat dat dé manier is om God, onze gulle gever, steeds intiemer te leren kennen en op Hem te lijken.

Dát zit volgens mij allemaal in dat woord dankbaarheid dat de Heidelbergse Catechismus gebruikt. Nergens wekt de catechismus de suggestie dat dankbaarheid zou inhouden dat je voor God iets terug moet doen. Wel heeft de catechismus het over vernieuwing naar het beeld van Christus, niet als ons werk, maar als werk van de Geest (zondag 32). En wat houdt dat in?

‘Hartelijke vreugde in God door Christus en lust en liefde om naar de wil van God in alle goede werken te leven.’ (Zondag 33)

Dankbaarheid als iets plichtmatigs?

Nee, dankbaarheid als vreugde, verlangen en liefde!

Dankbaarheid een ongelukkige term? Nee, een gouden greep!

Probeer maar eens een beter woord te verzinnen dat zo mooi uitdrukt dat een vernieuwd mens zich met heel zijn hart op God richt…

 

2 REACTIES

  1. Beste Gerrit,
    Fijn dat je na lange tijd weer inspiratie hebt gevonden en gekregen een nieuw artikel toe te voegen in de rubriek Kerk&Geloof. Ik lees je artikelen altijd graag omdat je daar actuele aan de orde stelt en terzake doende ondewerpen, die je in een zeer prettige en leesbare stijl noteert. En die aansluiten bij wat God in Zijn woord ons wil leren. Woorden die onze Heer ons gaf, opdat we het leven aan kunnen en alles verwachten van Hem.
    Ik ben je daar dankbaar voor. En bid of onze Heer je inspiratie wil blijven geven, Zijn kerk en Zijn koninkrijk ten goede.
    Hartelijke groet, Kees van Eijsden

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in