Vorige week publiceerde ik een hertaling van het Adres aan al mijn hervormde geloofsgenoten uit 1827 van de Haagse predikant Dirk Molenaar. Ik wist natuurlijk al jaren dat het bestond, omdat het in elk verhaal over de opkomst van het Réveil in Nederland en over het ontstaan van de Afscheiding van 1834 genoemd wordt. En zodoende kwam ik het opnieuw tegen, toen ik begin dit jaar een artikel schreef over het Algemeen Reglement van 1816 en het verband tussen dat Reglement en de Afscheiding. Molenaar was één van de belangrijkste critici van dit Reglement, dat volgens hem een belangrijk symptoom was van het verval in de Hervormde Kerk.

Tot nog toe had ik Molenaars Adres nog nooit gelezen, simpelweg omdat je er vroeger gericht naar moest zoeken in bijvoorbeeld een universiteitsbibliotheek. En ik had nog nooit genoeg reden gehad om dat te doen. Maar we leven inmiddels in een heel andere tijd. Tegenwoordig is een boekje zoals dat van Molenaar met enkele muisklikken op je computerscherm te toveren. En ik was nieuwsgierig genoeg omdat ook te doen.

Ik was verrast.

Nee, het is bepaald geen literair hoogstandje. Molenaar had geen vlotte pen. Hij gebruikt geen beeldende taal en zijn zinnen lopen meer dan eens erg stroef. Maar wat hij schrijft, is nog verbazend actueel.

Of misschien moet ik zeggen: weer verbazend actueel. En helaas niet alleen in de Hervormde Kerk, nu PKN. Nee, helaas ook in de kerken die zijn voortgekomen uit de Afscheiding. Ook in mijn eigen GKV.

Ik wil graag een aantal punten van overeenkomst noemen, die ik zie tussen wat Molenaar schrijft over de Hervormde Kerk van 200 jaar geleden en wat ik zie in de GKV van nu.

Als eerste noemt Molenaar dat er in de Hervormde Kerk verwarring en onenigheid heerst. Velen weten niet meer wat ze geloven en men is het onderling niet eens over wat men gelooft. Datzelfde zie ik in de GKV van nu.

Vervolgens noemt Molenaar de weerzin van velen tegen een strikte handhaving van de gereformeerde belijdenis. In zijn tijd concentreerde zich dat in een weerzin tegen de Synode van Dordrecht van 1618/1619. Die zou de kerk gebonden hebben aan strenge eisen van belijdenis en kerkorde en de kerk van haar vrijheid beroofd hebben. Tegenwoordig hoor je niet zoveel meer over de Synode van Dordrecht. Maar weerzin tegen regels, afspraken en belijdenissen proef je in de GKV heel veel.

Als oorzaken voor deze verwarring en zucht naar vrijheid, noemt Molenaar twee dingen. In de eerste plaats het idee van vooruitgang. Men heeft in kunst en wetenschap grote vorderingen gemaakt. Dus waarom ook niet in de theologie? Nee, zegt Molenaar. Dat kan niet. De geloofsleer is voor eeuwig dezelfde. Hooguit kun je de Bijbel op onderdelen beter uitleggen. Maar daar moet je vooral niet te veel van verwachten. Het blijft bij details. Als het meer wordt, zijn het geen vorderingen meer, maar ‘menselijke machtspreuken’. Met andere woorden: dan wordt het gezag van de Bijbel ondergeschikt gemaakt aan de moderne ideeën van mensen. Is dat niet precies wat er tegenwoordig ook in de GKV gebeurt?

Het tweede wat Molenaar noemt, is de algemene hang naar verdraagzaamheid. Verschillen mogen niet meer benoemd worden. Men wil bijvoorbeeld niet langer ‘gereformeerd’ of ‘hervormd’ heten, maar ‘protestant’. Geen aparte groepen meer, maar hervormden, doopsgezinden en remonstranten samen één tegenover de roomsen. Tegenwoordig gaan we in de GKV nog verder. Niet alleen is er officieel toenadering tot de PKN, waar vrijzinnigheid een legitieme plek heeft. Velen binnen de GKV zien niet meer wat nu eigenlijk de wezenlijke verschillen zijn met de roomse kerk.

Maar volgens Molenaar heeft dit twee gevolgen: onverschilligheid en onwetendheid. Als verschillen er niet meer toe mogen doen, wordt je onverschillig over wat je nu eigenlijk gelooft. Het maakt immers niet meer uit. En als het je onverschillig laat, verdiep je je er ook niet meer in. En dus weet je op een gegeven moment ook niet meer waar het over gaat. Die onwetendheid zag Molenaar in zijn tijd overal om zich heen. Zowel bij gewone kerkleden als bij predikanten en theologisch studenten. Men kende de gereformeerde leer niet meer. Die werd niet meer gepredikt van de preekstoel. Die werd niet meer onderwezen op de catechisaties. Die werd niet meer gedoceerd op de theologische opleidingen.

In de GKV gaat het ook die kant op. Hoeveel kerkleden kennen de gereformeerde leer nog? In hoeveel kerken worden nog elke zondag degelijke catechismuspreken gehouden? Hoeveel doopleden leren nog grote delen van de catechismus uit hun hoofd? Krijgen onze studenten in Kampen nog gezond gereformeerd onderwijs? Of wordt wat er in Kampen geleerd wordt inmiddels sterk gestempeld door evangelische en zelfs vrijzinnige opvattingen?

Molenaar spitst zijn betoog vervolgens toe op het Algemeen Reglement van 1816 en de gevolgen daarvan. Drie hoofdbezwaren heeft hij.

  • Met dat Reglement is een hiërarchische kerkregering ingevoerd, zodat enkele ‘raddraaiers’ nog beter hun vernieuwingen kunnen doorvoeren.
  • De liturgische formulieren voor bijvoorbeeld doop en avondmaal raken in onbruik of men gaat er vrij mee om.
  • Door het nieuwe ondertekeningsformulier is de binding aan de belijdenis op losse schroeven komen te staan.

Al die drie dingen zie je tegenwoordig ook in de GKV. Weliswaar gaat het minder ver dan destijds. Maar de nieuwe kerkorde die vorig jaar is ingevoerd, is veel hiërarchischer van opzet dan gezond gereformeerd is. Het nieuwe bindingsformulier heeft de binding aan de belijdenis een stuk losser gemaakt. En ook in de GKV is het gebruik van de vastgestelde liturgische formulieren allang geen vanzelfsprekendheid meer.

Maar wat mij het meest trof in het stuk van Molenaar, is de ingehouden emotie. Molenaar blijft netjes en beleefd. Hij distantieert zich zelfs expliciet van andere critici, zoals Isaäc da Costa. Die vond hij veel te fel. Maar je proeft bij Molenaar wel een diepe frustratie. Hij noemt de gang van zaken in zijn kerk ‘oneerlijk’. Hij heeft het over ‘raddraaiers’, ‘heimelijke listen’ en ‘jezuïetenstreken’. Want wat is het probleem? Hij heeft het idee dat er haast stiekem allerlei veranderingen worden doorgevoerd, zonder dat men daar ronduit voor uitkomt.

Helaas vind ik dat heel herkenbaar. Ook in de GKV gaan allerlei principiële zaken op de schop, zonder dat men dit erkent. Bezwaren worden niet serieus genomen. Met ontkent simpelweg dat het om principiële dingen gaat, om dingen die het wezen van de kerk raken. En misschien is het inderdaad zo dat men dat oprecht gelooft, dat men echt niet ziet dat er belangrijke bakens verzet worden. Maar voor wie in die veranderingen niet mee kan gaan, is dat wel eens moeilijk te bevatten. Hoe kan men zo blind zijn? En dan heb je soms zomaar het gevoel dat er ook in de GKV van alles doorgedrukt wordt, in de hoop dat er zo min mogelijk slapende honden wakker worden.

Molenaar heeft er alle begrip voor dat rechtzinnige kerkleden wantrouwig worden. Hij vindt dat zelfs heel terecht. En ik herken dat wantrouwen bij mezelf. Wie is er nog wel goed gereformeerd? Naar welke preken kun je nog luisteren zonder dat je op je hoede hoeft te zijn voor dwaalleer?

Molenaar legt een link tussen de veranderingen en een verflauwing in het kerkelijk leven. De vernieuwers snappen die verflauwing niet. Maar volgens Molenaar veroorzaken ze die juist zelf. Hij noemt twee redenen.

  • De nieuwe manier van preken biedt inhoudelijk niets om de verflauwing tegen te gaan, omdat er niet meer gesproken wordt over de dingen die er toe doen, zoals het werk van Heilige Geest en de noodzaak van bekering.
  • De nieuwe manier van preken stoot de rechtzinnige kerkgangers af, terwijl dat juist de trouwste kerkleden zijn.

Beide dingen zie je nu ook in de GKV. De preken en alles daarom heen bieden steeds minder geestelijk opwekkend voedsel. En degenen die daar blij mee zijn, zijn dezelfde mensen die vaak nog maar één keer per zondag naar de kerk gaan. Degenen die wel trouw elke dienst bezoeken, zitten vaak met kromme tenen in de kerk en gaan met een onverzadigd gevoel naar huis.

Dan is het moeilijk om trouw te blijven. Dan wordt de verleiding erg groot om dan maar elders op zoek te gaan naar geestelijke voeding. En dan rijst de vraag: hoe lang moet je nog trouw blijven aan je eigen kerk?

Molenaar spreekt over de kans op een scheuring. Zeven jaar later kwam de Afscheiding. Molenaar heeft nog geprobeerd die te voorkomen. Hij raadde Hendrik de Cock af om uit de Hervormde Kerk te stappen. Maar in 1827 legde hij de verantwoordelijkheid bij voorbaat bij de hervormde synode.

Ik hoop dat dit Adres van Molenaar sommige GKV’ers nog een spiegel voor kan houden. Hoe graag men in de GKV ook modern wil zijn en met de tijd mee wil gaan, er is toch echt niets nieuws onder zon.

3 REACTIES

  1. De actualiteit van het onderdeel over de weerzin tegen een strikte handhaving van de belijdenis wordt door de column van Ad de Bruijne vandaag in het ND welsprekend bevestigd.

  2. Interessant artikel. Wat ik nooit heb begrepen is dat ‘gereformeerd’ zijn het synoniem van ‘christen’ zijn is.
    Is elk gereformeerd kerklid christen?
    Is elke christen gereformeerd?
    Na zelf 36 jaar actief predikant te zijn geweest binnen (gematigde) Pinkstergemeenten waarbij ik mijn reformatorische achtergronden nooit verloochend heb, en nu ik belijdend lid ben van een Gereformeerde Bondsgemeente, kom ik steeds meer tot de conclusie dat we God niet kunnen vangen in belijdenissen en formulieren en de Heidelberger. Ik ben een orthodoxe protestant, maar zoek bewust contact met andere wedergeboren christenen uit alle kerken. De mens, de kerk is het die het Hogepriesterlijk gebed onverhoord laat. Gereformeerd christendom is typisch Nederlands wat betreft de uitwerking van Calvijn en andere reformatoren. Wat mij het meest tegenstaat is predikanten die geen persoonlijke relatie met Christus hebben. Die weigeren hét Evangelie te verkondigen van kruis én opstanding. De noodzaak van bekering. Predikanten die denken dat het heil uit ons mensen zal voortkomen. Ik ben fel tegen humanistische praatjes op de kansel. Daarin ben ik het met u eens.

  3. “De nieuwe manier van preken biedt inhoudelijk niets om de verflauwing tegen te gaan, omdat er niet meer gesproken wordt over de dingen die er toe doen, zoals het werk van Heilige Geest ”
    “er is toch echt niets nieuws onder zon. ”
    Gerrit, het is een mooi artikel, helemaal gericht op het GKV.
    Daar zitten ook de valkuilen in. Er is verflauwing omdat er niet meer gesproken wordt over het werk van de H. Geest. Tevens wordt er gesteld dat ” er is niets nieuws onder zon.” Die twee zijn geheel tegenstrijdig, al klinken ze heel vroom.
    Al is er niets nieuws onder de zon, wij kennen nog maar weinig. Dus wij moeten nog heel veel leren. Dat is nu precies wat de H. Geest doet onze gedachten vernieuwen van dag tot dag. Daar heeft nu juist het GKV moeite mee.
    Als de H. Geest iets openbaard aan een van zijn kinderen, dan vinden er twee reakties plaats. De eerste: het komt niet geheel overeen met de Dortsche leerregels en de Catechese dus kan het nooit van God zijn.
    Ten tweede: een kerklid kan nooit een inzicht hebben of krijgen wat een universitair geschoolde theoloog/dominee nog niet gehad heeft.
    Wat hier gebeurd, is dat het GKV de H. Geest geheel naar zijn hand zet. Hij heeft niets meer te vertellen. Als God vindt dat wij toe zijn aan een verduidelijking van zijn Woord, opdat alle kerken een zullen worden, al Gods Kinderen bijeen, dan moet Hij eerst voor de ouderenraad verschijnen, dan voor de Classis, dan voor de landelijke Commissie, dan voor de professoren/hoogleraren van Kampen of elders. Als daar nu blijkt, dat zij niet de H. Geest als leraar hebben, maar de Dortsche leerregels als leiddraad nemen, dan beland het inzicht wat God ons wil geven in de prullenbak.

    Gods Heilige Geest leeft, via het Woord en via de mens. Maar de letter der leren is stram, stijf en nauwelijks in beweging te krijgen.
    Als lid van het GKV, zie ik in vele gelovige een levend bewijs van Gods liefde. Alleen in de leer zelf zie ik geleerde mannen van meer dan 500 jaar oud, die voort strompelen op de kennis van toen.
    God is het zelfde, Jezus is de zelde, de Heilige Geest is het zelfde, de Bijbel is de zelfde. Maar de waarheid die in de Bijbel opgesloten zit is nog lang niet geheel geopenbaard. Elk moment dat God vindt dat wij er aan toe zijn dan ligt Hij een tipje van de sluier op. De Geilige Geest probeert ons dagelijks meer inzicht in Het Woord te geven. Niet om verdeeldheid te zaaien maar om ons dichter bijlkaar en de waarheid te brengen. Scheuringen en verdeeldheid ontstaan niet vanuit de H. Geest, maar van uit het strakke vasthouden aan de kerkleer. Katholiek, Pinkster of GKV, God houdt van allemaal, dat zij niet aan een tafel zitten bepaald hun leer.
    Maar God heeft ons allen uitgenodigd voor de maaltijd, wie nu niet aan wil zitten omdat er mensenen vanuit een andere kerk ook aanschuiven, die zullen de boot missen.

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in