4.7.10 – Een voorbeeld van een appelzaak

0
138

Echter, om deze kwestie voor eens en voor altijd op te lossen, kan één verhaal duidelijk maken wat in het verleden de aard was van de rechtspraak van de bisschop van Rome. Cecilianus, de bisschop van Carthago, werd aangeklaagd door Donatus van Casae Nigrae. Hij werd zonder vorm van proces schuldig verklaard. Want hij wist dat de bisschoppen tegen hem samenspanden. Daarom wilde hij niet voor hen verschijnen. Vervolgens kwam de zaak voor keizer Constantijn. Die wilde deze zaak laten beslechten door middel van een kerkelijk oordeel. Daarom droeg hij Miltiades, de bisschop van Rome op om een oordeel te vellen, terwijl hij hem daarbij ook nog enkele bisschoppen uit Italië, Gallië en Spanje toewees als collega’s.

Als het bij de gewone rechtspraak van de stoel van Rome hoorde om kerkelijke appelzaken te behandelen, waarom laat de bisschop dan toe dat hem volgens het goeddunken van de keizer nog anderen worden toegewezen? Sterker nog, waarom neemt hij het oordeel op zich op grond van het bevel van de keizer in plaats van op basis van zijn eigen taak?

Maar laten we luisteren naar wat er daarna gebeurde. Cecilianus wint in Rome. Donatus van Casae Nigrae lijdt met zijn valse beschuldiging de nederlaag. Maar hij gaat in beroep. Constantijn draagt het oordeel in hoger beroep op aan de bisschop van Arles. Die houdt een rechtszitting om naar eigen inzicht een vonnis te vellen, na de bisschop van Rome, om diens vonnis te herroepen als hij dat gepast vond of in elk geval om zijn superieur te beoordelen!1 Als de stoel van Rome de hoogste macht heeft, zonder dat daarna nog beroep mogelijk is, waarom laat Miltiades dan toe dat hij zo sterk beledigd wordt dat de bisschop van Arles boven hem gesteld wordt? En wat voor keizer doet zoiets? Nou, Constantijn de Grote, van wie de bisschoppen van Rome hoog opgegeven, omdat hij niet alleen al zijn ijver, maar ook bijna heel de macht van zijn rijk gebruikt heeft om het aanzien van hun positie te vergroten!

We zien dus dat de bisschop van Rome in die tijd in alle opzichten ver verwijderd was van het oppergezag, waarvan hij nu beweert dat Christus hem dat over alle kerken gegeven heeft en waarover hij liegt dat hij dat in alle eeuwen met instemming van de hele wereld in bezit gehad heeft.

1Augustinus, Epistulae, 43;Augustinus, Breviculus collationis cum donatistis III, 12,24

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in