4.17.1 – Het doel van het avondmaal

0
5

God heeft ons voor eens en voor altijd in zijn gezin opgenomen. En Hij wil ons niet alleen beschouwen als slaven, maar als zijn kinderen. Daarom neemt Hij daarna ook de rol op zich van een goede huisvader die voor zijn nageslacht zorgt. Heel ons leven lang voedt Hij ons. En daar is Hij nog niet mee tevreden. Hij wil ons zekerheid geven van deze continue vrijgevigheid, door ons een onderpand te geven. Met dat doel heeft Hij zijn kerk door de hand van zijn eniggeboren Zoon dus nog een tweede sacrament gegeven: de geestelijke maaltijd waarbij Christus, zoals Hij verklaart, het levendmakende brood is waarmee onze zielen gevoed worden voor de echte en gelukkige onsterfelijkheid.1

Het kennen van dit zo grote mysterie is absoluut onmisbaar en omdat het zo belangrijk is, is het nodig dat het nauwkeurig wordt uitgelegd. Bovendien wil de satan de kerk van deze schat van onschatbare waarde beroven. Daarom heeft hij er eerst mist en vervolgens duisternis overheen getrokken om haar te verhullen. Ook heeft hij discussie en strijd laten ontstaan om ervoor te zorgen dat de zielen van de eenvoudigen de smaak van dit heilige voedsel niet meer kennen. Ook in onze tijd heeft hij dezelfde listen geprobeerd. Daarom zal ik eerst de kern uitleggen op een manier die ongeschoolde mensen kunnen begrijpen en daarna de problemen oplossen waar geprobeerd heeft de satan de wereld in te verwarren.

In de eerste plaats zijn brood en wijn tekenen die voor ons het onzichtbare voedsel zichtbaar maken dat we krijgen uit het vlees en bloed van Christus. Want zoals God ons in de doop opnieuw geboren laat worden, in de gemeenschap van de kerk ent en door adoptie zijn kinderen maakt, zo – zei ik – voert Hij de taak van een zorgzame huisvader uit door ons continu van voedsel te voorzien. Zo houdt en bewaart Hij ons in het leven waarin Hij ons door zijn Woord verwekt heeft.

In de tweede plaats is Christus het enige voedsel voor onze ziel. Daarom nodigt de Hemelse Vader ons bij Hem. Als we dat voedsel gebruiken, worden we verkwikt en kunnen we van tijd tot tijd kracht verzamelen, totdat we de hemelse onsterfelijkheid bereikt hebben.

Nu is dit mysterie van de verborgen eenwording van Christus met de vromen van nature onbegrijpelijk. Daarom laat Hij daarvan een vorm en een beeld zien in zichtbare tekenen die heel geschikt zijn voor ons beperkte begrip. Sterker nog, door ons onderpanden en tekenen te geven, zorgt Hij ervoor dat we er zo zeker van zijn, alsof we het met eigen ogen gezien hadden. Want deze bekende analogie dringt door tot het meest afgestompte verstand: zoals brood en wijn het lichaam in leven houden, zo wordt het lichaam gevoed met Christus.

We begrijpen nu dus wat het doel is van deze mysterieuze zegen: ons ervan verzekeren dat het lichaam van de Heer voor eens en voor altijd voor ons geofferd is, zodat wij het nu eten en door het te eten de kracht ervan in ons ervaren. Dat zijn bloed voor eens en voor altijd voor ons vergoten is, zodat wij er altijd van mogen drinken. En dat horen we ook in de woorden van de belofte die eraan toegevoegd is: ‘Neem, dit is mijn lichaam dat voor jullie gegeven wordt.’2 We krijgen dus bevel om het lichaam dat voor eens en voor altijd geofferd is voor ons behoud, te nemen en te eten. Als we dat zien dat we daar deel aan krijgen, kunnen we met zekerheid vaststellen dat de kracht van zijn levendmakende dood in ons effect zal hebben.

Daarom noemt Hij de beker ook het verbond in zijn bloed.3 Want voorzover het om de versterking van ons geloof gaat, vernieuwt – of beter: continueert – Hij in zekere zin het verbond dat Hij voor eens en voor altijd geratificeerd heeft, telkens als Hij ons dat heilige bloed te drinken geeft.

1Johannes 6:51

2Mattheüs 26:26; Marcus 14:22; Lucas 22:19; 1 Korinthiërs 11:24

3Lucas 22:20; 1 Korinthiërs 11:25

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in