4.16.15 – De belofte wordt voor joden en christenen op dezelfde manier vervuld

0
23

Je ziet wat de waarde is van de belofte die Abrahams nageslacht gekregen heeft en aan welke norm wij die moeten afmeten. Weliswaar twijfel ik er niet aan dat Gods uitverkiezing vrij regeert en het volste recht heeft onderscheid te maken tussen de erfgenamen van het koninkrijk en bastaarden en vreemdelingen. Toch zien we ook dat God Abrahams zaad graag speciaal met zijn barmhartigheid wilde omhelzen. En om die barmhartigheid extra duidelijk te bewijzen, wilde die bezegelen door de besnijdenis.

Met de christelijke kerk zit het net zo. Want Paulus betoogt in deze passage dat de joden geheiligd worden door hun ouders. Maar ergens anders leert hij dat kinderen van christenen van hun ouders dezelfde heiliging krijgen. En op basis daarvan concludeert hij dat wie schuldig blijkt aan onreinheid, het verdient om afgescheiden te worden van de anderen.1

Wie kan er nu nog aan twijfelen dat totale onzin is wat mijn tegenstanders beweren: dat de kinderen die vroeger besneden werden, alleen een afbeelding vormden van het geestelijk kind zijn dat het gevolg is van de nieuwe geboorte uit Gods Woord? De apostel doet immers niet aan zulk scherpzinnig gefilosofeer. Hij schrijft dat Christus een dienaar is van de besnijdenis om de beloften te vervullen die aan de aartsvaders gedaan waren.2 Het is net alsof hij zei: het verbond dat God met Abraham sloot, is gericht op zijn zaad. Daarom is Christus gekomen om het joodse volk te redden, om zo het eenmaal door zijn Vader gegeven woord te vervullen en in te lossen. Zie je dat Paulus vindt dat ook na Christus’ opstanding de verbondsbelofte niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk vervuld moest worden aan het vleselijke zaad van Abraham?

Daarop slaat ook wat Petrus aan de joden verkondigt: zij en hun zaad hebben, op grond van het verbond, recht op de zegen van het evangelie. En in het hoofdstuk dat erop volgt, noemt hij hen ‘kinderen’ – erfgenamen – ‘van het verbond’.3 Dat is niet veel anders dan de passage van de apostel Paulus, die ik hierboven heb aangehaald, waar hij de besnijdenis die in de kinderen is gegraveerd als bewijs ziet en presenteert van hun deelhebben aan Christus.4

En werkelijk, als we naar hun geklets luisteren, wat blijft er dan over van de belofte waarmee de Heer in het tweede gebod van zijn wet degenen die Hem dienen belooft dat Hij hun zaad genadig zal zijn tot in de duizendste generatie?5 Moeten we hier onze toevlucht nemen in een allegorische uitleg? Wat een waardeloze uitvlucht zou dat zijn! Moeten we zeggen dat deze belofte is afgeschaft? Maar dan zou de wet uit elkaar gescheurd worden, terwijl Christus juist gekomen is om de wet te bevestigen, voorzover die ons goed doet en leven geeft. Het moet dus buiten kijf staan dat God voor de zijnen zo goed en royaal is dat Hij wil dat omwille van hen zelfs de kinderen die zij hebben voortgebracht bij zijn volk gerekend worden.

11 Korinthiërs 7:14-15

2Romeinen 15:8

3Handelingen 2:39; Handelingen 3:25

4Efeziërs 2:11-13

5Exodus 20:6

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in