4.15.9 – De doop in het Oude Testament

0
19

De dingen die ik gezegd heb zowel over het sterven als over het wassen, zijn afgebeeld in het volk Israël. Daarom zegt de apostel Paulus dat het volk Israël gedoopt is in de wolk en in de zee.1 Het sterven werd afgebeeld toen de Heer hen verloste uit de hand en de wrede slavernij van de farao. Hij baande toen een weg voor hen door de Rode Zee. En de farao zelf en de Egyptische vijanden die hen achtervolgden en op de hielen zaten, verdronken.2 Op dezelfde manier belooft de Heer ook ons in de doop en bewijst Hij ons door het teken dat Hij geeft, dat wij door zijn kracht weggevoerd en verlost zijn uit de gevangenschap van Egypte: de slavernij van de zonde. En dat onze farao – de duivel – verdronken is, ook al blijft hij ons nog kwellen en lastigvallen. Die Egyptische vijand was niet diep in de zee weggezonken. Nee, hij was op de oever geworpen en maakte de Israëlieten nog bang met zijn vreselijke aanblik. Toch kon hij hen geen schade meer berokkenen. Zo dreigt onze vijand nog wel. Hij laat zijn wapens zien en laat merken dat hij er is. Maar hij kan niet meer winnen.

De wolk vormde een teken van de reiniging. Door het uitspreiden van de wolk bedekte de Heer de Israëlieten en gaf Hij hun verkoeling, zodat ze niet zouden bezwijken en vergaan door de meedogenloze hitte.3 En zo belijden wij dat we in de doop door Christus’ bloed bedekt en beschermd worden, zodat Gods strengheid – echt een onverdraaglijke vlam – niet op ons valt. Weliswaar was dit mysterie toen nog duister. Slechts weinigen wisten ervan. Maar er was geen andere manier om redding te krijgen dan in die twee genadegaven. Daarom heeft God de aartsvaders, die Hij als zijn erfgenamen had aangenomen, toch niet willen beroven van een teken van die beide gaven.

11 Korinthiërs 10:2

2Exodus 14

3Exodus 13:21; Numeri 9:15

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in