4.14.12 – We mogen niet vertrouwen op de sacramenten op zich

0
14

Verder zijn de sacramenten zo duidelijk bedoeld om ons geloof te versterken, dat de Heer soms de sacramenten zelf wegneemt als Hij het vertrouwen wil wegnemen in de dingen die Hij in de sacramenten belooft. Als Hij Adam het geschenk van onsterfelijkheid afneemt en hem de toegang ontzegt, zegt Hij: ‘Hij mag niet nemen van de vrucht van het leven, om te voorkomen dat hij voor eeuwig leeft.’1 Wat horen we? Kon die vrucht Adam zijn onsterfelijkheid teruggeven, die hij al kwijt was? Natuurlijk niet! Maar het is net alsof God zegt: ‘Hij mag niet onterecht blijven vertrouwen omdat hij het teken van mijn belofte houdt. Daarom moet hem ontnomen worden wat hem nog enige hoop op onsterfelijkheid kan geven.’

Toen de apostel Paulus de Efeziërs aanspoorde om te bedenken dat ze vreemdelingen geweest waren voor de verbonden en geen deel gehad hadden aan het burgerschap van Israël, zonder God en zonder Christus, zei hij daarom dat ze geen deel hadden gehad aan de besnijdenis.2 Door middel van een metonymie maakt hij dus duidelijk dat zij, die het teken van de belofte niet hadden gekregen, ook van de belofte zelf uitgesloten geweest waren.

Dan het andere bezwaar van mijn tegenstanders: dat er zoveel kracht wordt toegekend aan geschapen dingen dat Gods eer daarop wordt overgedragen en voorzover dat gebeurt, daardoor tekortgedaan wordt. Op dit bezwaar kan ik gemakkelijk antwoord geven: ik plaats geen kracht in geschapen dingen. Ik zeg alleen dat God middelen en instrumenten gebruikt waarvan Hij zelf voorziet dat ze nuttig zijn. Zo laat Hij alles meewerken aan zijn eer. Want Hij is Heer en gebieder over alles.

Door middel van brood en ander voedsel voedt Hij ons lichaam. Door middel van de zon verlicht Hij de wereld. En door middel van vuur verwarmt Hij die. Toch betekenen brood, zon of vuur niets behalve voorzover Hij door middel van die instrumenten zijn zegeningen aan ons uitdeelt. En zo voedt Hij dus ook het geloof geestelijk door middel van de sacramenten. Hun enige functie is dat ze ons zijn beloften voor ogen houden en daar voor ons zelfs onderpanden van zijn.

En het is onze plicht om niet te vertrouwen op de andere geschapen dingen die dankzij Gods vrijgevigheid en welwillendheid bestemd zijn om door ons gebruikt te worden. We mogen ze ook niet bewonderen of prijzen alsof zij de oorzaken zijn van ons welzijn. Zo mogen we ons vertrouwen ook niet hechten aan de sacramenten en mogen we Gods eer daar niet op overdragen. Nee, we moeten alle dingen aan de kant leggen en in ons geloof en onze belijdenis opklimmen naar de bewerker zelf van de sacramenten en van alle dingen.

1Genesis 3:22

2Efeziërs 2:11-12

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in