4.14.11 – Het Woord als zaad

0
22

Dat het uiterlijke Woord deze eigenschap heeft, heeft de Heer geleerd toen Hij het in een gelijkenis ‘zaad’ noemde.1 Immers, als zaad in een verlaten en verwaarloosd deel van de akker valt, kan het alleen maar dood gaan. Maar als het op een goed bewerkt en verzorgd zaaiveld gestrooid wordt, zal het vrucht opleveren met een grote winst. En zo is het ook met Gods Woord. Als het op een hard hart valt, blijft het onvruchtbaar, alsof het op zand gestrooid is. Maar als het een ziel treft die door de hand van de hemelse Vader bewerkt is, zal het heel vruchtbaar zijn.

We zeggen dat het graan uit zaad voortkomt, groeit en rijpt. Als het met het Woord net zo gaat als met zaad, waarom zouden we dan niet ook zeggen dat het geloof door het Woord ontstaat, groeit en volwassen wordt?

Deze beide dingen legt Paulus in verschillende passages heel goed uit.

Als hij de Korinthiërs eraan wil herinneren hoe krachtig God gebruik gemaakt heeft van zijn werk, geeft hij er hoog van op dat hij de bediening van de Geest heeft.2 Alsof de Heilige Geest onlosmakelijk met zijn prediking verbonden is om de harten vanbinnen te verlichten en te veranderen.

Maar ergens anders wil hij erop wijzen waar Gods Woord op zichzelf toe in staat is als het door een mens gepredikt wordt. En dan vergelijkt hij de dienaren met landbouwers. Als ze ijverig hun werk gestoken hebben in het bewerken van de grond, hebben ze verder niets meer te doen. En wat zou ploegen, zaaien en begieten opleveren als het gezaaide niet vruchtbaar gemaakt werd door een hemelse zegen? Hij concludeert dus dat degene die plant en degene die begiet niets betekenen. Nee, alles moet worden toegeschreven aan God. Hij alleen geeft de groei.3

De apostelen laten in hun prediking dus de kracht van de Geest zien, voorzover God de instrumenten die Hij bepaald heeft, gebruikt om zijn geestelijke genade uit te leggen. Toch moeten we dit onderscheid vasthouden. Want dan beseffen we waar de mens op zichzelf toe in staat is wat alleen God zelf kan.

1Mattheüs 13:3-23; Lucas 8:5-15

21 Korinthiërs 2:4; 2 Korinthiërs 3:6

31 Korinthiërs 3:6-9

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in