4.1.8 – Wij kunnen niet weten wie ware gelovigen zijn, maar wel wat de ware kerk is

0
98

Daarom heeft de Heer de kerk, voorzover het goed voor ons is om haar te kennen, door bepaalde kenmerken en als het ware met symbolen aangewezen.

Het is een speciaal voorrecht van God zelf om te weten wie van Hem zijn.1 Dat heb ik hierboven laten zien op basis van Paulus. En natuurlijk is er ook voor gezorgd dat mensen in hun overmoed niet zover gaan. Want God wijst ons er zelf door onze ervaring op hoe ver zijn verborgen oordelen ons verstand te boven gaan. Immers, zelfs zij die het meest bedorven leken en voor wie je geen hoop meer koesterde, worden door zijn goedheid op de weg teruggeroepen. En vaak vallen zij die steviger dan anderen leken te staan, om. Dus zijn er volgens Gods verborgen voorbestemming heel veel schapen buiten en heel veel wolven binnen, zoals Augustinus zegt.2 Want Hij kent degenen die Hem niet kennen en ook zichzelf niet kennen. Hij heeft hen gemerkt. En alleen zijn eigen ogen zien wie van hen die openlijk zijn teken dragen, niet huichelen, maar heilig zijn en zullen volhouden tot het eind. Want daar komt het bij het behoud op aan.3

Aan de andere kant heeft God ook voorzien dat het voor ons toch wel goed is om te weten wie we als zijn kinderen moeten beschouwen. Daarom heeft Hij zich wat dat betreft aan ons begrip aangepast. We hoeven daar geen geloofszekerheid over te hebben. Daarom heeft Hij daar een soort liefdesoordeel voor in de plaats gesteld: wij moeten als leden van de kerk beschouwen wie samen met ons dezelfde God en Christus belijden, door de belijdenis van hun geloof, het voorbeeld van hun leven en het deelnemen aan de sacramenten.

Maar voor het lichaam van de kerk zelf heeft Hij ons nog betrouwbaardere kenmerken gegeven. Want Hij wist dat het nodig was voor ons behoud om dat lichaam te kennen.

12 Timotheüs 2:19

2Augustinus, In Ioannis euangelium tractatus 45,12

3Mattheüs 24:13

Reageren

Schrijf hier je reactie.
Vul hier alsjeblieft je naam in